Home : Huize Levensruimte vzw.

 
 

 Werkvormen : Het individuele hulpverleningsaanbod


Hulpverlening vanuit onze voorziening kan pas opgestart worden nadat:

  • de jongere en zijn gezin werden aangemeld bij of zelf beroep deden op het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg en zowel de jongere / het gezin als de consulent een duidelijke hulpvraag hebben;

  • de Jeugdrechtbank werd ingeschakeld en deze een plaatsing binnen een begeleidingtehuis als maatregel t.a.v. de jongere en zijn gezin oplegt.

Het verblijf in Huize Levensruimte wordt bekostigd door de Vlaamse Gemeenschap. Eventueel betalen de ouders een individuele bijdrage: die wordt dan vastgesteld door de Jeugdrechter of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg. Daarnaast gaat een deel (2/3de) van de kinderbijslag naar het Ministerie. De Jeugdrechter of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg beslissen wat er met het overblijvende 1/3de van de kinderbijslag gebeurt. Dit kan ofwel aan de ouders toegewezen worden, ofwel wordt het op een geblokkeerd spaarboekje voor het kind geplaatst tot zijn/ haar meerderjarigheid.

1. De intake – procedure

Wanneer een jongere wordt aangemeld door een Comité voor Bijzondere Jeugdzorg of door de sociale dienst van een Jeugdrechtbank en opname (binnen afzienbare tijd) mogelijk is, wordt eerst schriftelijke verslaggeving van de POS (problematische opvoedingssituatie) opgevraagd. Dit om een beeldvorming te krijgen zodat wij een eerste inschatting kunnen maken of wij een geschikt aanbod kunnen doen. Wij houden hierbij rekening met het advies van de voorgaande hulpverleners.

Wanneer we op basis van de voorhanden zijnde beeldvorming inschatten dat we een gepast antwoord kunnen bieden op de hulpvraag, wordt een kennismakingsgesprek georganiseerd met het gezin en de consulent. Dit gesprek heeft als bedoeling de voorgaande beeldvorming te verfijnen en een zicht te krijgen op de hulpvraag en de verwachtingen van de verschillende betrokkenen. Er wordt ook een beeld geschetst van het aanbod en de werkwijze van Huize Levensruimte. Een jongeren- en een ouderbrochure worden ter beschikking gesteld. Tijdens het gesprek maken de betrokkenen kennis met de hulpverleningscoördinator en de teamverantwoordelijke van de betreffende werkvorm.

Mogelijk blijven na dit kennismakingsgesprek nog te veel vragen onbeantwoord en beslissen wij om bijkomende informatie in te winnen, bijv. via het opvragen van bijkomende verslagen, contacten met school en CLB, contacten met andere hulpverleners,…

Na dit kennismakingsgesprek gaan alle deelnemende partijen voor zichzelf uitmaken en beslissen of onze voorziening een geschikt aanbod kan uitwerken en een samenwerking haalbaar is. Op die basis wordt overgegaan tot een beslissing en kan al dan niet overgegaan worden tot een opname.

In de mate van het mogelijke komt er voorafgaand aan de feitelijke opname een begeleider op huisbezoek om de opname voor te bereiden.

De opname bestaat uit een gesprek, waar de ouder(s) en de jongere kennis maken met de hen toegewezen kind- en ouderbegeleider. Er worden afspraken gemaakt rond opvoedingstaken die niet door de context kunnen worden opgenomen. Nadien kunnen de jongere en zijn ouders zich naar de leefgroep begeven met de meegebrachte persoonlijke spullen van de jongere en om de kamer te installeren.

2. Uitvoering van het hulpverleningsproces (handelingsplan)

Dit gebeurt door het ‘subteam’ (= kindbegeleider, ouderbegeleider en hulpverleningscoördinator), uiteraard samen met de jongere en zijn gezin / zijn context, de consulent en eventueel andere betrokken hulpverleners.

Het proces is als volgt te omschrijven:

-Opstellen van het handelingsplan met vermelding van hulpvraag en perspectief van alle betrokkenen;

-Zeswekelijks overleg tussen kind- en ouderbegeleider en hulpverleningscoördinator om het hulpverleningsproces te bewaken en bij te sturen en om kind-, ouder- en contextbegeleiding op elkaar af te stemmen;

-Halfjaarlijkse evaluatie met opstellen van het evolutieverslag en uitvoeren van een evolutiebespreking met alle betrokkenen - bijsturing van de hulpvraag en het perspectief;

-Via diverse begeleidingsmomenten wordt getracht een positieve wending te geven aan de gezins – en opvoedingssituatie: gesprekken, training, oefenen van pedagogische vaardigheden, doelgerichte activiteiten, begeleide bezoeken,...

- Er wordt maximaal appèl gedaan op de ouders / context om de nodige opvoedingstaken te blijven uitoefenen en hierin wordt ondersteuning geboden. Er gebeurt regelmatig overleg omtrent wie welke opvoedingstaken op zich neemt. De ouders worden actief betrokken in de dagelijkse aanpak / activiteiten van hun kind.

- De frequentie en de invulling van de contacten tussen jongeren / ouders /context worden aangepast aan de mogelijkheden van alle betrokkenen. We streven naar een maximaal verblijf van de jongere binnen zijn context.

- Er wordt samengewerkt met andere op de context betrokken hulpverleners.

- Indien nodig, wordt externe behandeling/ therapie ingeschakeld voor specifieke problematieken in samenspraak met de betrokkenen.

-Afsluiting van de begeleiding, bij voorkeur voorbereid door alle betrokkenen;

-Nazorg: indien akkoord van de betrokkenen en geen andere hulpverlening, gebeurt nazorg volgens gemaakte afspraken en voor een maximumperiode van 6 maanden.

Individuele (+context) begeleiding van de jongere:
Een ‘kindbegeleider’ coördineert de individuele begeleiding van de jongere.

Hij of zij doet ook de individuele begeleidingsmomenten met de jongere, waarbij expliciet gewerkt wordt aan de doelstellingen vermeld in ‘missie en doelstellingen’.

De individuele (+context) begeleiding van de ouder(s):
Eén ouderbegeleider, los van de leefgroep, is samen met de kindbegeleider en hulpverleningscoördinator verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van de ouders/ het gezin / de context.

 Laatste Nieuws

Onze kunstverjaardagskalender kan hier besteld worden via e-mail.

algemeen  l  werkvormen  l  medewerkers  l  actueel  l  contact

Copyrights 2007 Levensruimte vzw. All rights reserved