|
De leefgroepen zijn huiselijk en ontwikkelingsbevorderend ingericht - gelegen in een landelijke omgeving. Er is voldoende spelmateriaal, experimenteerruimte, veiligheid en uitdaging. Elke jongere beschikt over een eigen kamer.
Er wordt voorzien in de basisbehoeften van de jongeren, met aandacht voor een gezonde voeding, voldoende rust, persoonlijke hygiëne, medische zorg, veiligheid, aandacht en affectie.
De leefgroepen staan permanent onder het ondersteunend en participerend toezicht van een personeelslid dat continu beschikbaar is om, afhankelijk van de noden, begeleidend, verzorgend of controlerend op te treden.
In de leefgroepen wordt een huiselijke leefsfeer (warme, luisterende en ondersteunende houding vanuit de begeleiding, uitnodigend om in te gaan op hun relatie – aanbod) en leefritme (regelmaat, voorspelbaarheid, duidelijkheid zijn belangrijk in het ritme van het alledaagse leven) gecreëerd.
Het dagelijks samenleven van de jongeren en begeleiders en begeleiding van de gewone ontwikkelingstaken staan in grote mate centraal.
Er is enerzijds de groepsbenadering: begeleiding van de groepsdynamische processen, het groepsklimaat en de groepsmomenten (bijv. gezamenlijke maaltijden, groepsgesprekken, feesten,...). De groep wordt gebruikt als medium om de jongere/het kind te begeleiden (in zijn socialisatieproces).
Vanuit de groep kan de jongere een aantal basiservaringen opdoen, worden aspecten van het gewone leven hersteld en wordt gestalte gegeven aan meer individuele contacten.
Anderzijds worden het pedagogisch aanbod en de pedagogische aanpak zoveel mogelijk geïndividualiseerd.
Er is ruimte voor de eigen beleving, de eigen inbreng van de jongeren, experimenteerruimte.
B innen onze opvoedende relatie leggen wij volgende klemtonen:
- betrokkenheid : interesse voor de jongere, ondersteunen (opvangen in moeilijke, maar ook dagelijkse momenten), stimuleren, motiveren, luisteren, samen doen,...;
- positieve bekrachtiging : aanmoedigen en belonen van sociaal gewenst gedrag;
- probleemoplossende vaardigheden : samen met de jongere problemen aflijnen, overleggen en uiteindelijk beslissen en evalueren.
- discipline en sturing : hanteren van regels en grenzen, markeren van sociaal ongewenst gedrag. De sturing is omgekeerd evenredig aan de mate van zelfstandigheid. Naarmate de zelfstandigheid stijgt wordt er meer gebruik gemaakt van onderhandelen, adviseren, voor- en nadelen afwegen, samen denken,...
- monitoring : overzicht houden van wat de jongere waar, met wie en wanneer doet.
|